Home :: Lijfrentesparen :: Verzekerde Nabestaandenlijfrente :: Bancaire lijfrente :: Lijfrente mogelijkheden :: Overige informatie:: ::


Verzekerde Nabestaandenlijfrente

Evenals bij verzekerde lijfrentes is het mogelijk om bij de bank of beheerde van een beleggingsinstelling nabestaande lijfrente te bedingen. Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen verschillende soorten nabestaandenlijfrente. Allereerst is er een verschil tussen de persoon van ‘verzekerde’.

Bij verzekerde nabestaandenlijfrente gaan termijnen in bij overlijden van belastingplichtige verzekeringnemer) of zijn partner of zijn gewezen partner. Het is dus mogelijk dat termijnen uit nabestaandenlijfrente toekomen aan de verzekeringnemer zelf, namelijk na het overlijden van zijn (gewezen) partner. De lijfrente termijnen mogen zelfs toekomen ander dan de verzekeringnemer, die lijfrentevorm zie je in de praktijk niet zoveel.


Nabestaandenlijfrente ten behoeve van bloed -of aanverwant, ouder dan 30 jaar.

Bij de in deze categorie genoemde bloed - of aanverwanten moet met name gedacht worden aan ouders, grootouders, kinderen, kleinkinderen en neven en nichten. Het gezamenlijk bedrag aan termijnen in een kalenderjaar beloopt niet meer dan € 19.468 (bedrag 2007). Evenals de bancaire tegenhanger van de verzekerde levenslange oudedags lijfrente, is de bancaire tijdelijke oudedags lijfrente levensonafhankelijk. Voorts behoort een daling van de termijnen van de tijdelijke oudedagslijfrente na overlijden van de (gewezen) partner van de rekeninghouder niet tot de mogelijkheden. Bij een verzekerde tijdelijke oudedagslijfrente is dat wel mogelijk.


Nabestaandenlijfrente ten behoeve van bloed -of aanverwant, jonger dan 30 jaar.

Voor de categorie bloed -of aanverwanten jonger dan 30 jaar gelden de volgende eisen ten aanzien van de nabestaandenlijfrente:
-de termijnen gaan direct na het overlijden van de rekeninghouder in. De periode tussen de eerste en de laatste termijn bedraagt:

  1. hetzij tenminste vijf jaar, maar nooit meer dan het aantal jaar dat deze bloed  -of aanverwant jonger is dan 30 jaar ten tijde van het uitkeren van de eerste termijn.

  2. Hetzij minstens 20 jaar.

Een opvallend verschil van deze bancaire nabestaandenlijfrente ten opzichte van de verzekerde nabestaandenlijfrente is dat de verzekerde nabestaandenlijfrente altijd mag eindigen vóór het bereiken van de 30-jarige leeftijd terwijl de bancaire nabestaandenlijfrente een looptijd heeft van ten minste vijf jaar.


Nabestaandenlijfrente aan een ander dan een bloed -of aanverwant.

De termijnen van deze nabestaandenlijfrente komen in de regel toe aan de (gewezen) partner van de overleden rekeninghouder. Echter, de termijnen van deze bancaire nabestaandenlijfrente mogen ook aan anderen toekomen. Dat zou - bij wijze van spreken - zelfs de buurvrouw mogen zijn. De eisen die aan deze nabestaandenlijfrente worden gesteld, zijn de volgende: de termijnen komen toe aan een natuurlijk persoon. De termijnen gaan direct na het overlijden van de rekeninghouder in. De periode tussen de eerste en de laatste termijn bedraagt minimaal vijf jaar.

De minimum looptijd van een bancaire nabestaandenlijfrente is met slechts één uitzondering vijf jaar. Deze minimumlooptijd vormt min of meer de bancaire tegenhanger van het 1%-sterfkanscriterium. Evenals de vertaling van het begrip “levenslang” is dit een globale benadering. Bij een verzekerde lijfrente met een looptijd van vijf jaar voldoet iedere man van 43 jaar of ouder aan het 1%-sterfkanscriterium. Voor vrouwen is dat een leeftijd van 45 jaar of ouder. Dat betekent dat een man van 43 of ouder of een vrouw van 45 jaar of ouder bij een verzekeraar een nabestaandenlijfrente kan aankopen met een looptijd die korter is dan vijf jaar.

Voor vragen kunt u ons telefonisch bereiken op telefoonnummer:

0320 - 215 350

0320 - 215 350





























































Financiële Planning Specialist - KvK: 32113692