Lijfrentesparen
Het lijfrente sparen bij bank of beleggingsinstelling bestaat in feite uit 2 delen. Allereerst wordt de opbouw van een lijfrentevoorziening bij een bank of beheerder van een beleggingsinstelling fiscaal gefacilieerd door inleg -binnen de grenzen van de wet- aftrekbaar te maken. Het tweede deel betreft de uitkeringsfase. Ook in de uitkeringsfase kan door een bank of beheerder van een beleggingsinstelling als uitvoerder optreden.
Wilt u een geheel vrijblijvend gesprek met onze specialist? Vul dan dit formulier in.
Vast en gelijkmatig
Wanneer we de definitie van verzekerde lijfrente naast die van de bancaire lijfrente leggen, valt op dat aan de verzekerde lijfrente de eis van vast en gelijkmatigheid wordt gesteld, terwijl die eis niet blijkt uit de definitie van de bancaire lijfrente.
Het begrip “vast” houdt in dat de uitkeringen ten opzichte van elkaar in beginsel steeds in hoogte gelijk moeten zijn. In beginsel, want de termijnen mogen wel geïndexeerd worden. Een daling van de termijnen is daarentegen niet toegestaan. Met het begrip “gelijkmatig” wordt aangegeven dat de uitkeringen met gelijke tussenpose moeten worden gedaan.
Voor een bancaire lijfrente lijkt dit alles niet te gelden. Dat is echter maar schijn. Gegeven is dat “vast en gelijkmatig” ook verplicht is voor een bancaire lijfrente.
Periodiciteit
Bij lijfrenten is het gebruikelijk om de termijnen per maand, per kwartaal, per half jaar of per jaar uit te keren. Een andere periodiciteit –bijvoorbeeld eens per week- is weliswaar toegestaan maar dit komt in de praktijk niet voor.
Eindigen bij overlijden
Het verschil tussen de definitie van de verzekerde lijfrente en die van de bancaire lijfrente is dat de verzekerde lijfrente uiterlijk dient te eindigen bij overlijden. De bancaire lijfrente is daarentegen levens onafhankelijk. Dit is een essentieel verschil. Hiermee komt immer het risico op een lang leven of een kort leven tot uitdrukking.
Bij de bespreking van de lijfrentevorming komt dit onderscheid nog ter sprake.
Winstuitkeringen
Zowel bij de definitie van de verzekerde lijfrente als die van de bancaire lijfrente is bepaald dat de met een zodanig aanspraak verband houdende aanspreek op winstuitkering ook onder de lijfrentedefinitie valt.
In de praktijk komen lijfrente voor waarbij aan de basisuitkering een winstuitkering wordt toegevoegd die afhankelijk is van de behaalde over-rente en van de sterfresultaten. De grondslag waarover de over-rente wordt berekend is afhankelijk van de grootte van de reservewaarde van de lijfrente. De hoogte van de winstuitkering neemt af naarmate de reserve kleiner worden. Hierdoor ontstaat een dalende lijfrente die dan niet meer vast en gelijkmatig is.
Uitkering op beleggingsbasis
Het derde lid van art. 1.7Wet IB2001 bepaalt dat de regels waaraan lijfrente uitkeringen op beleggingsbasis moeten voldoen, worden gesteld bij ministeriële regeling. Deze regels moeten waarborg en dat deze lijfrentetermijnen op beleggingsbasis zijn aan te merken als reële oudedagsvoorziening.
De termijnen van een (tijdelijke) oudedagslijfrente worden op de ingangsdatum uitgedrukt in een vast aantal beleggingseenheden (units) per jaar. Gedurende de looptijd vindt er geen herberekening plaats van het aantal jaarlijks uit te keren beleggingseenheden. Als bij de (tijdelijke) oudedagslijfrente een nabestaandenlijfrente is meeverzekert, moet deze op de ingangsdatum van de lijfrente waarbij deze is mee verzekerd worden uitgedrukt in een vast aantal beleggings eenheden per jaar.
Het is ook toegestaan dat op de ingangsdatum van de (tijdelijke) oudedagslijfrente voor de nabestaandenlijfrente een kapitaal wordt bepaalt dat dient als reken grootheid voor de vaststelling van de hoogte van de termijnen van de nabestaandenlijfrenten beleggingseenheden of euro’s.
Uitgaven voor inkomensvoorzieningen
In art. 3. 124 Wet IB 2001 is bepaald welke uitgaven voor inkomensvoorzieningen kwalificeren om voor de heffing van inkomstenbelasting in aftrek te kunnen worden gebracht. Het gaat hierbij om:
- Premies voor lijfrenten die dienen ter compensatie van een pensioen tekort;
- Premies voor lijfrenten waarvan de termijnen toekomen aan een meerderjarig invalide kind of kleinkind en uitsluitend eindigen bij het overlijden van de gerechtigde.
- Premies voor aanspraken op periodieke uitkeringen en versrekkingen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval, waarvan de uitkeringen toekomen aan de belastingplichtige;
- Bijdragen ingevolge art. 66a derde lid, Algemene nabestaandenwet.
Verzekerde lijfrentevoorzieningen
In art. 3.125 Wet IB 2001 is beschreven wat er onder een verzekerde lijfrente die dient ter compensatie van een pensioentekort, moet worden verstaan, de drie hiervoor kwalificerende lijfrentevormen worden in dit artikel beschreven. Het gaat hierbij om de volgende vormen:
De levenslange oudedags lijfrente: dit is een lijfrente waarvan de termijnen toekomen aan de belastingplichtige. De termijnen gaan uiterlijk in het jaar waarin hij de leeftijd van 70 jaar bereikt in en eindigen uitsluitend bij zijn overlijden.
De nabestaandenlijfrente: dit is een lijfrente waarvan de termijnen toekomen aan een natuurlijk persoon. De termijnen gaan in bij het overlijden van de belastingplichtige, van zijn partner of zijn gewezen partner. Als de termijnen toekomen aan een van hun bloed –of aanverwanten niet zijnde de partner of zijn gewezen partner in de rechte lijn ((klein) kinderen (groot) ouders )), of in de tweede of derdegraad van de zijlijn (broers, zussen, neven en nichten), deze uitsluitend eindigen hetzij bij het overlijden van de gerechtigde hetzij uiterlijk op het tijdstip waarop deze de leeftijd van 30 jaar bereikt.
De tijdelijke oudedagslijfrente: dit is een lijfrente waarvan de termijnen toekomen aan de belastingplichtige en een looptijd hebben van ten minste vijf jaar. De termijnen gaan niet eerder in dan in het jaar waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt. De termijnen gaan uiterlijk in het jaar waarin hij de leeftijd van 70 jaar bereikt in. Het gezamenlijk bedrag aan termijnen uit tijdelijke oudedagslijfrenten –beoordeeld naar tijdstip van premiebetaling- mag niet meer bedragen dan € 19.468 per jaar (bedrag2007).
Voor vragen kunt u ons telefonisch bereiken op telefoonnummer:
0320 - 215 350