Overige informatie

Omzetting oudedagsreserve

Een belastingplichtige met een oudedagsreserve kan deze oudedagsreserve geheel of gedeeltelijk omzetten in een lijfrenteaanspraak. De systematiek die hierbij gevolgd wordt is als volgt. Enerzijds kiest de belastingplichtige in verband met het bedingen van een lijfrente voor een gehele of gedeeltelijke vrijval van de oudedagsreserve in de winst uit onderneming. Anderzijds kan de belastingplichtige tot ten hoogste het bedrag van die vrijval, lijfrentepremieaftrek uit hoofde van art. 3.128 Wet IB2001 genieten.

Er wordt aan de lijfrente, voortgekomen uit de omzetting van de oudedagsreserve, geen nadere eisen gesteld. Dat wil zeggen, de belastingplichtige kan kiezen voor de verzekerde lijfrentevormen (oudedagslijfrente. tijdelijke oudedagslijfrente of nabestaandenlijfrente) of de bancaire tegenhangers van deze lijfrentevormen.

Het is echter niet mogelijk om een bancaire lijfrentevorm te bedingen bij diegene die de onderneming voortzet (bijvoorbeeld een eigen BV). Dit is weliswaar een toegestane uitvoerder, maar bij deze uitvoerder kan alleen een lijfrente worden bedongen in de zin van art. 3.1 25 Wet IB 2001: een verzekerde lijfrente. Een bancaire lijfrente kan uitsluitend worden bedongen bij een bank of beheerder van een beleggingsinstelling.


Omzetting stakingswinst

De zelfstandig ondernemer die zijn onderneming geheel of gedeeltelijk staakt, kan de met of bij die stakingbehaalde winst omzetten in een lijfrenteaanspraak (art. 3.129 Wet IB 2001). De systematiek van omzetting van de stakingswinst is vergelijkbaar met die van de omzetting van de oudedagsreserve in een lijfrenteaanspraak. Feitelijk moet over het bedrag van de stakingswinst fiscaal worden afgerekend. Hiertegenover staat lijfrentepremieaftrek als de stakende ondernemer de stakingswinst (gedeeltelijk) omzet in een lijfrenteaanspraak. De voorwaarden die aan de stakingslijfrente worden gesteld, kunnen als volgt worden ingedeeld:

- Voorwaarden bij het bedingen van de stakingslijfrente:

- Voorwaarden ter zake van de in aanmerking te nemen premie voor de stakingslijfrente; en

- Voorwaarden die aan de stakingslijfrente zelf worden gesteld.


Voorwaarden bij het bedingen van de stakingslijfrente

Een bijzonderheid bij bedrijfsbeëindiging is dat de lijfrentepremie die op de voet van art. 3.128(omzetting oudedagsreserve) en 3.129 Wet IB 2001 (omzetting stakingswinst), in aanmerking wordt genomen, kan worden bedongen bij een natuurlijk persoon of een in Nederland gevestigd lichaam, mits deze lijfrente wordt bedongen als tegenprestatie voor de overdracht van (een gedeelte van) de onderneming aan die persoon of dat lichaam. Degene die de lijfrenteverplichting op zich neemt, moet deze verplichting rekenen tot het binnenlandse ondernemingsvermogen. Het is tevens mogelijk om een lijfrentepremie in aanmerking te nemen op voet van art. 3.127 Wet IB2001-jaar-en inhaal jaarruimte –indien de hieraan ten grondslag liggende lijfrente is bedongen in het kader van de overdracht van de onderneming bij de natuurlijk persoon of een in Nederland gevestigd lichaam die de onderneming heeft overgenomen. Dit volgt uit het besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 28 december 2004, nr. CPP2004/633M, onderdeel 5.1.1.


Lijfrentepremieaftrek

Voorwaarden ter zake van de in aanmerking te nemen premie voor de stakingslijfrente. De in aanmerking te nemen premie voor een stakingslijfrente is niet onbeperkt. Allereerst wordt de te bedingen stakingslijfrente beperkt tot het bedrag van de stakingswinst. Ten tweede wordt er een driedeling gemaakt in het maximum van de in aanmerking te nemen premie voor de stakingslijfrente.

Een premiebedrag van € 411 698 (bedrag 2007) wordt in aanmerking genomen als:

- De ondernemer op het stakingsmoment tenminste 60 jaar oud is; of de ondernemer voor ten minste 45 % arbeidsongeschikt is. Hierbij geldt de voorwaarde dat de termijnen binnen zes maanden na staking van de onderneming moeten ingaan; of de onderneming is gestaakt door het overlijden van de ondernemer. De lijfrente wordt in dit geval door de nabestaanden namens de overleden ondernemer bedongen. De premie voor de stakingslijfrente moet binnen zes maanden na het overlijden van de ondernemer zijn betaald of verrekend.

Een premie bedrag van € 205854 (bedrag 2007) wordt in aanmerking genomen als:

- De ondernemer op het stakingsmoment ten minste 50 jaar oud is: of

- De aan de ondernemer toekomende uitkering en dadelijk ingaan, dat wil zeggen, onmiddellijk na het sluiten van de stakingslijfrente. In alle andere gevallen wordt een premiebedrag van € 102 932 (bedrag 2007) in aanmerking genomen.

De hierboven genoemde maximumbedragen voor premieaftrek voor een stakingslijfrente moeten worden verminderd met het bedrag van de reeds opgebouwde voorzieningen. Onder reeds opgebouwde voorzieningen wordt verstaan de som van:    -de waarde van de pensioenaanspraken in het economische verkeert en tijde van het  staken;

- De waarde in het economisch verkeer ten tijde van het staken van de onderneming van de aanspraken uit hoofde van de JOAZ;

- De waarde in het economisch verkeer ten tijde van het staken van de onderneming van de aanspraken op een bedrijf beëindiging vergoeding van een door een of meer ministers opgerichte stichting ter bevordering van de ontwikkeling en van de sanering binnen het bedrijfsleven, voor zover deze aanspraken voorzien in een rechtop periodieke uitkeringen en verstrekkingen en welke uitsluitend zijn toegekend ter zake van de beëindiging van de onderneming; het bedrag van de oudedagsreserve bij het begin van het lijfrentepremies die uit hoofde van de basisruimte (gold alleen voor 2001 en 2002}, jaarruimte, inhaal jaarruimte en vanwege de omzetting van de oudedagsreserve in een lijfrente aanspraak in voorafgaande jaren in aanmerking zijn genomen. Lijfrente premies die onder de Wet IB1964 (regime Brede herwaardering I) in aanmerking zijn genomen uithoofde van de zogenoemde tweede tot en met de vijfde tranche (45a, tweede tot en met vijfde lid, Wet IB1964) worden eveneens in mindering gebracht.

Lijfrentepremies die uit hoofde van de eerste tranche (art. 45a, eerste lid, Wet IB 1964) en premies die in aanmerking zijn genomen ter zake van een lijfrenteverzekering waarop het regime van vóór de Brede Herwaardering I van toepassing is, worden niet in mindering gebracht;

- Lijfrentepremies die reeds eerder in aanmerking zijn genomen vanwege de omzetting van stakingwinst in een lijfrenteaanspraak.


Voorwaarden die aan de stakingslijfrente zelf worden gesteld

Als er een lijfrente wordt bedongen bij de overnemer van de onderneming, moet de bedongen lijfrente een lijfrente zijn in de zin van art. 3.125 Wet IB 2001,dat wilzeggen,een verzekerde lijfrente (oudedagslijfrente, tijdelijke oudedagslijfrente,nabestaandenlijfrente). Uiteraard is het ook mogelijk om een verzekerde lijfrente te bedingen bij een professionele verzekeraar. Ten slotte is het mogelijk om ter zake van de stakingswinst een bancaire lijfrente te bedingen bijeen bank of beheerder van een beleggingsinstelling.

In bepaalde situaties worden nadere eisen aan de lijfrentevorm gesteld. Zo is aangegeven dat een voor ten minste 45% arbeidsongeschikte zelfstandige, jonger dan 60 jaar, die gebruik wil maken van de hoge stakingslijfrentepremie aftrek (2007: 411 698) een lijfrente moet bedingen die binnen zes' maanden na staking ingaat. Ook de zelfstandig ondernemer, jonger dan 50 jaar, die gebruik wil maken van de middel hoge stakingslijfrentepremie aftrek (2007: €205854) moet de lijfrente onmiddellijk laten ingaan. Uitstel is dan niet mogelijk.


Terugwenteling bij lijfrentepremieaftrek

De hoofdregel luidt dat aftrekbare kosten en uitgaven voor inkomensvoorzieningen voor aftrek in aanmerking worden genomen op het tijdstip waarop zij zijn betaald, verrekend, ter beschikking gesteld of rentedragend worden (art. 3.147 Wet IB2001). Voor lijfrentepremies is echter een uitzondering gemaakt. Een belastingplichtige kan premies voor lijfrenten die binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar door zijn betaald of verrekend aanmerken als premies die zijn betaald of verrekend in het kalenderjaar. Bij de omzetting van de oudedagsreserve of de stakingswinst geldt in plaats van een termijn van drie maanden een termijn van zes maanden na afloop van het kalenderjaar. Voor stakende ondernemers bestaat onder voorwaarden de mogelijkheid dat ook ter zake van de jaarruimte en inhaal jaarruimte een terugwenteling termijn van zes maanden in acht wordt genomen. De keuzevoor terugwenteling moet bij de aangifte worden gedaan. De terugbetalingsregeling geldt zowel voorpremies voor verzekerde lijfrenten als voor stortingen op een lijfrentebankrekening of ter verkrijging van een lijfrente beleggingsrecht.

De initiatiefwet treedt in werking per 1 januari 2008.Vanaf dat moment kunnen er bedragen worden over gemaakt op een lijfrentespaarrekening of een lijfrente beleggingsrecht. Terugwenteling naar 2007 is niet mogelijk. In 2007 bestaat deze faciliteit immers nog niet.


Lijfrentepremieaftrek na overlijden ondernemer

Ten gevolge van het overlijden van een zelfstandig ondernemer kan er stakingswinst worden geconstateerd. Deze stakingswinst is belast bij de overleden zelfstandig ondernemer. Op grond van art.3.131 Wet IB 2001 is het mogelijk dat er namens deze overleden ondernemer een stakingslijfrente wordt bedongen. Deze overleden ondernemer wordt geacht de verzekeringnemer te zijn. De premies voor deze nabestaandenlijfrente moeten binnen zes maanden na het overlijden hem zijn betaald of verrekend. Deze regeling vindt alleen op verzoek bij de aangifte van de overleden ondernemer toepassing. In de overeenkomst waarbij de lijfrenten zijn bedongen, moet zijn opgenomen dat een verzoek om toepassing van deze regeling zal worden gedaan. De lijfrente mag ook zijn bedongen bij degene die de onderneming voortzet. Hierbij geldt de voorwaarde dat de voortzetter in Nederland woont of is gevestigd, Voorts moet de voortzetter de lijfrenteverplichting tot zijn binnenlands ondernemingsvermogen rekenen. De regeling vindt alleen toepassing voor zover het bedrag van de premies niet meer bedraagt dan op grond van art. 3.128 Wet IB 2001 (omzetting oudedagsreserve), en art.3,129 Wet IB2001 (omzetting stakingswinst),is toegestaan. De regeling kan ook toepassing vinden als er een bancaire lijfrente wordt bedongen bij een bank of beheerder van een beleggingsinstelling.


Rekening verzekeringadviseur niet aftrekbaar

In art. 1.Zb WetIB2001 is bepaald dat voor de inkomstenbelasting heffing met de premie voor een verzekering wordt gelijkgesteld. De op de verzekeringnemer drukkende uitgaven ter beloning van de assurantietussenpersoon ter zake van het afsluiten, het verlengen of het incasseren van premies.

Momenteel werken de meeste verzekeringsadviseurs nog op provisiebasis, maar er is op dit vlak wel sprake van een omslag. zij het op dit moment nog een geringe. Als de verzekeringsadviseur echter niet op provisiebasis werkt maar voor zijn diensten ter zake van een lijfrenteverzekering een rekening stuurt, dan behoort de betaling van de rekening tot de jaarpremie in het jaar van betaling. Dit betekent dat die rekening aftrekbaar is, uiteraard binnen de grenzen van de Wet IB2001. Bij de lijfrentespaarrekening of een lijfrente beleggingsrecht hebben we niet te maken met premies voor een verzekering.

De fictie van art.3.126a. derde lid .Wet18 2001 – waar in de rekeninghouder van een lijfrentespaarrekening en de houder van een lijfrente beleggingsrecht gelijk worden gesteld met een verzekeringnemer van een lijfrente verzekering doet hier niets aan af. Het is niet ondenkbaar dat veel lijfrentespaarrekeningen of lijfrente beleggingsrechten door tussenkomst van verzekeringsadviseurs tot stand komen. Als deze intermediairs voor hun diensten aan de klant een rekening sturen, dan is de betaling van deze rekening geen lijfrente premie waarvoor premieaftrek kan worden genoten (binnen de grenzen van de Wet IB 200 1).

 

Voor vragen kunt u ons telefonisch bereiken op telefoonnummer:

0320 - 215 350



0320 - 215 350










































































































































































































Financiële Planning Specialist - KvK: 32113692